Over wrommen, appels en viooltjes

Gisteren op nichtje G. en neefje J. gepast. Zoals altijd weer een feestje. Voel me altijd zo welkom en geliefd. Zij zijn mijn grootste fans!

Het was warm, dus nadat ik de kids had opgehaald, was het voor kleine J. tijd om lekker in de tuin te spelen. Zijn zus wilde even lekker alleen chillen. Eenmaal in de tuin ging J. eerst maar eens post voor tia halen (fantasie-spel doet het altijd goed). Postkantoor bevindt zich achter in de tuin en de post wordt keurig door hem bezorgd, bij de tafel waar ik lekker relaxed op fruit knabbel. Af en toe is de post nat van de regen (er zit wat water in de laadruimte van de trekker, vandaar), maar dat mag de pret niet drukken. Kaartjes, kranten, folders, alleen maar happy-mail!

Hij vraagt of ik even de parasol-voet aan de kant zetten; telkens eromheen rijden kost de kleine postbode blijkbaar teveel tijd en moeite. En dan ontdekt hij ze, op de nu lege plek: “Wrommen!!”. Ik vertel hem dat het handig is als hij de wormen in het gras legt, dan kunnen ze daar wonen, onder de grond. Het deel ‘onder de grond wonen’ vindt hij onzin en dus ”Niet waar!”, maar het gras lijkt hem wel een goed idee.

Iedere worm wordt opgepakt, in het gras gelegd en bestudeerd. Er wordt door J. nog even geprobeerd een worm op een blaadje te leggen (want in de grond is onzin), maar worm valt richting grond, dus toch maar terug naar het gras. Het zal wel dan. Opeens heeft hij: “Een goed idee, echt goed!” Wormpjes worden allemaal uit het gras gehaald en gaan richting de struiken in de achtertuin. “Beter!”

Dan vindt hij een grote worm: “Dit is een ECHTE wrom!!”. Want groot, begrijp je? Hij pakt hem op en laat hem direct weer vallen. “Schrokke me wild” . Tja, deze worm beweegt heel erg en is wel heel groot…
Maar toch, na een paar seconden wordt ook de grote worm opgepakt en met een ferme zwaai richting struik gelanceerd. Zo. Missie volbracht.

Vervolgens gaan we voor het huis spelen. Hij op de loopfiets, heen en weer racen in de straat!! Ik zit erbij en kijk ernaar. Hij maakt een praatje met de diverse buren. Zo weet ik nu:

  • Dat een van de kippen van de buren helaas dood is gegaan (van ouderdom), dat zij boodschappen hebben gedaan en aardappels en boontjes gaan eten.
  • Een andere buurvrouw bezoek krijgt en dat J. weet te melden dat zij er niet is.
  • Een buurmeisje een geweldige bellenblazer heeft en J. zijn zinnen erop heeft gezet om ook bellen te gaan blazen en dit betekent dat tia het hele huis moet afzoeken naar het ding (en het natuurlijk nergens kan vinden).

Terwijl ik kijk naar de activiteiten van de kleine, ontdek ik dat er in de straat een appelboom staat. Zodra ik het aan J. vertel, wil hij direct een appel plukken. Natuurlijk. Dus J. op de nek en plukken maar! Proeven, niet lekker. Uitspugen. Appel gaat richting struiken. Nog een appel testen, een mooie rode. Nee, niet lekker. Uitspugen, struiken. Ik zeg dat de appels wel lekker zijn voor een appeltaart. Dit wordt door de kleine direct aan de buurvrouw verteld. Dus nu staat er, dankzij mijn opmerking, volgens J. een boom met appels voor appeltaart! Sorry zus en buurvrouw, hij verwacht nu wel dat jullie taarten gaan bakken vrees ik.

En passant speelt de kleine dreumes met een paar lieveheersbeestje, heel lief. Zoals wel vaker het geval worden ze na het spelen helaas naar een volgend leven gestuurd. Ik was er niet op tijd bij…..zucht….

Oh ja, en wij eten ook nog een viooltje. Want ik vertelde hem dat je viooltjes kunt eten. Laat het aan mijn kleine neef over om er een te vinden. Voor ik het wist had hij al een blaadje in z’n mond. Niet echt lekker, wordt dus net zo hard weer door hem uitgespuugd. Ik van de schrik ook maar een blaadje of twee gegeten. Ik weet namelijk niet of alle viooltjes eetbaar zijn, ben immers nog een heksje-in-de-leer! Als we ziek worden weet ik in ieder geval waar het van komt…

Ik ben verder te weten gekomen:

  • dat J. onder de indruk was dat een aardige meneer in een auto naar hem zwaaide. Om vervolgens commentaar te leveren op de rest van de mensen die niet zwaaien: “Meneer op brommer niet zwaaien, jammer”, etc., etc.
  • dat hij met zijn grote zus hard ruzie maakt als hij Samson en Gert niet mag kijken. Zijn zus is zo lief om deze keer toe te geven.
  • dat hij pruimen niet te pruimen vindt, maar dropjes des te meer.
  • dat hij wel mate wil drinken, om vervolgens alles weer direct uit te spugen. Hij durft, dat moet gezegd.

En zo hebben wij weer heel wat geleerd en beleefd, zomaar op een mooie namiddag in augustus.

Zorgen voor jezelf

Ik heb een nicht van dertien jaar oud, een heerlijke meid en een uitdaging voor haar moeder omdat ze toch echt aan het puberen is. Maar voor mij, de tia, een verademing. Ik heb alleen de lusten en niet de lasten zeg maar.

Vandaag liet ze mij, zonder het zelf te weten, even zien hoe mooi het is om puur en dicht bij je ziel te leven. Voor haar betekent dit ook vooral goed voor jezelf zorgen.

Bij ons thuis was het vroeger eigenlijk heel gewoon om eerst voor een ander te zorgen en dan pas voor jezelf. Omgekeerde wereld heb ik vele jaren later ontdekt. Mijn zus heeft het voor elkaar gekregen om deze cirkel te doorbreken, want mijn nicht weet dat het ook anders kan.

Zij kwam uit haar kamer en vroeg of er nog chocolade over was. Ik had gisteren een reep gekocht. Samen hadden wij al gesmuld, maar ze had geluk, blijkbaar was er nog iets over (in de koelkast volgens mijn zus).

Ik keek mijn zus aan en vertelde haar dat ik gisteren al mijn aandeel had geclaimd. Met dank aan mijn nichtje die ook eerst altijd voor zichzelf zorgt en dan pas de rest. Vroeger had ik dat nooit gedaan, veel te onbescheiden nietwaar? Ik ben blij dat ik het nu anders doe, want ik had genoten en er was genoeg over.

Volgens mijn zus is zorgen voor jezelf net als zorgen voor je kind als de zuurstofmaskers in een vliegtuig naar beneden vallen: eerst jezelf helpen dan je kind. Veel mensen vinden dit zielig, maar als je het goed bekijkt is het een mooi principe. Als jij krachtig en sterk bent omdat jij voor jezelf zorgt, kun je zoveel meer betekenen voor de ander.

Mijn nicht kwam weer de kamer binnen gewandeld, deed een greep in de doos om vervolgens te ontdekken dat er nog maar een klein stukje over was. Teleurstelling. Desalniettemin wordt het laatste stuk met veel smaak en plezier door haar opgepeuzeld! Een klein stukje is immers nog altijd meer dan helemaal niets.

Op het moment dat zij naar haar eigen kamer loopt, vraag ik haar of ze alleen is of dat er vriendinnen op bezoek zijn. Het laatste is het geval. Tussen neus en lippen door zegt ze met een twinkeling in haar ogen dat dit de reden is dat ze de chocolade in de woonkamer opeet en niet in haar eigen kamer. Ik vind haar zo’n kanjer. Eerlijk en puur.

Lief klein heksje

Ik heb een neefje en volgens mij is hij ´een heksje in de maak´. Hij is drie jaar en neemt mij graag mee naar buiten. Want dan kan hij lekker met z’n stoere loopfiets de wereld rond. En zijn wereld is inmiddels aardig groot, althans voor een tante die soms liever lui dan moe is. Maar toch ga ik graag op pad want ik weet dat voor mij ook een nieuwe dimensie open gaat.

Wicca is voor mij vooral een manier om in contact te treden en te blijven met de natuur. Dus als ik met het stoere mannetje op pad ben, kan ik het soms niet nalaten om hem alvast te leren hoe planten heten, hoe ze ruiken, voelen. Het komt daarom geregeld voor dat wij twee uur onderweg zijn, in plaats van de dertig minuten die ervoor staan. Hij voelt feilloos aan dat ik het belangrijk vind, dus hij gaat er helemaal in op en ik zal het weten ook! Elke plant wordt betast, er moet aan worden geroken, over gesproken. Kortom, iedere plant vormt het centrum van ons universum. Dat de regen met bakken uit de hemel valt maakt hem niets uit. Wij hebben net een snoepje gekocht bij de videotheek en zijn dag kan niet meer stuk. Ik leer wat het echt betekent om volledig toegewijd in het moment te blijven en letterlijk van iedere stap te genieten, hoe lang de tocht ook duurt.

Hij weet inmiddels hoe hij lavendel en citroenkruid kan ruiken; je neemt de bloemetjes tussen je handen en wrijf je  zachtjes je handen heen en weer. Zo komt de geur vrij en blijft het aan je handen kleven en dat ruikt dan weer zo lekker. Pure verrukking.

Op een dag wandel ik samen met hem en zijn grotere zus (zeker een heksje!) de ‘berg’ op omdat daar volgens mijn zus kamille groeit en ik wil heel graag een beetje plukken. Bovenop de berg aangekomen, gaat mijn nichtje foto’s maken van de stad (mooi uitzicht tia!) en ik begin te zoeken naar kamille. Ik vind het niet, waar ik ook kijk. Zacht mompelend murmel ik ‘dat ik de kamille toch echt niet kan vinden hoor!’ Opeens hoor ik mijn neefje: ‘Jawel hoor! Is wel! Met mama plukt. Kijk hier’. Voor ik het weet zie hem een stukje afdalen en staat hij stralend te wijzen naar de kamille. Dan zie ik het ook en zo word ik dus liefdevol met mijn wicca-neus op de feiten gedrukt door een klein ventje. Echt kijken tia, dan vind je het wel!

Hij kent het ritueel: plantje om toestemming vragen om te mogen plukken – bij hem is het antwoord altijd een volmondig JA! – plukken wat je nodig hebt en de plant dankzeggen. Dus voor ik weet heb ik de kamille en kunnen we verder met het leukste onderdeel van de dag: allemaal zo snel mogelijk de berg afrennen!

Het is wel zo eerlijk om ook te vermelden dat mijn neefje overigens ook net zo lief planten met wortels en al uit de grond rukt, blaadjes knakt en bloemen met een stok te lijf gaat. Of een combinatie van dit alles. Kijk, dat kun je namelijk ook doen met planten en het is minstens zo interessant, vooral als de grote mensen erop reageren. Daar heeft hij wel een kleine correctie voor over. De schat.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.